De koets verscheen vanaf 1840 op Prinsjesdag. Regels bepalen wie er in een volledig beglaasde koets mag zitten; bij de koning worden acht paarden aangespannen, bij andere ritten zes en bij oefeningen twee. Conservator Geert Pruiksma noemt de koets een rijdende troon, majestueus maar ook bedoeld om de koninklijke familie zichtbaar te maken.
Tijdens de Belgische Revolutie werd de koets kort in beslag genomen; pas in 1839 keerde zij terug naar de Oranjes. Hoewel het het oudste rijtuig in het Koninklijk Staldepartement is, is het niet het oudste koninklijke exemplaar: in Museum Nienoord staat een coupé van Willem I uit circa 1815.